Het hof van Frank van Borssele (1470 †)

Waarschijnlijk groeide Frank (1470 †) op aan de hoven van zijn vader Floris (1422 †) en zijn moeder Oede van Bergen die gelegen waren in Sint-Maartensdijk en Zuilen.

Frank had toen hij ouder werd meerdere hoven en huizen en verbleef na de dood van zijn vader vaak niet langer dan een paar jaar op het slot in Sint-Maartensdijk. Dit is op te maken uit de rekeningen van zijn rentmeester-generaal die nauwkeurig de in- en uitgaven van het kasteel bijhield. Deze rekeningen zijn nog te vinden in het Nationale Archief in Den Haag.

Sint-Maartensdijk was, na het verkrijgen van de heerlijkheid Voorne en Brielle zijn primaire woonplaats werd, niet meer het middelpunt van zijn hof. Dit betekende niet dat Frank het slot aan haar lot overliet. Integendeel, het land en het slot van Sint-Maartensdijk waren voor Frank een belangrijke inkomstenbron. Dit valt op te maken uit de rekeningen.

Sint-Maartensdijk was na Voorne de belangrijkste inkomstenbron. Naast Sint-Maartensdijk waren dit ook Scherpenisse en Poortvliet, waar Frank eveneens heer van was. Een voorbeeld van inkomsten was de boomgaard die op het kasteelterrein werd onderhouden. 

Foto van de post 'Cockene' uit de rekeningen in het Nationaal Archief.
(Bron: Maarten Koopman).

Wat het slot in Sint-Maartensdijk eveneens belangrijk maakte, was de aanwezigheid van een volledige hofhouding. Deze hofhouding zorgde ervoor dat wanneer de edelman verbleef op het slot in Sint-Maartensdijk, wat hij regelmatig deed, hij verzorgd werd door deze hofhouding. Ook speelde het kasteel een belangrijke rol in de voedselvoorziening van de hofhouding van Frank. Verschillende goederen uit Zeeland werden in Sint-Maartensdijk opgeslagen, maar ook aangekochte goederen van buiten Zeeland zoals wijn, graan, specerijen en slachtvee maakten deel uit van de opslag. Vaak werden deze goederen van Sint-Maartensdijk verder vervoerd naar andere hoven waar Frank op dat moment was. 

 

Op het slot zelf werd ook geteeld en verbouwd. Zo was er een veestapel, de eerder genoemde boomgaard (en zelfs een wijngaard), een stoeterij (zeer uitzonderlijk in die tijd) waar hij paarden fokte voor landarbeid, maar ook als rijpaarden voor vervoer van goederen en ruiters. Ook hield Frank duiven, zwanen en jachthonden. Met name deze dieren gaven uitdrukking aan zijn hoge sociale status als heer van de hoge heerlijkheid Sint-Maartensdijk. 

Het kasteel te Sint-Maartensdijk was tot 1437 zijn primaire verblijfplaats. Het was tenslotte zijn stamgoed waardoor hij heer van Sint-Maartensdijk geworden was. Het hof bleef belangrijk in zijn leven en diende bijvoorbeeld voor ontvangst van andere edellieden, adviseurs, ambtenaren en andere bezoekers. Zo had de heer van Bergen op Zoom zelfs een kamer op het kasteel waar hij verbleef als hij Frank bezocht. 

Scroll Up